Terug in Tanzania.

Read story
Jet Heijstek
read story

We hebben het gehaald. We hadden een wat strakke planning om vanuit Rwanda in Tanzania te komen. Strakke planningen en Afrika zijn meestal geen goede combinatie, maar toch zijn we ruim op tijd de grens met Tanzania over. Een jaar of vier geleden zijn we hier ook geweest. Destijds combineerden we Zanzibar met een safari in de Serengeti. Omdat we toen ook een auto tot onze beschikking hadden, hebben we al veel van het land gezien. Het is dan ook leuk om weer terug te zijn op de plekken waar we eerder waren. We herkennen veel.

Onze eerste stop is Arusha. Dé plek waar toeristen naar toe komen om op safari te gaan. Het ligt dichtbij de Nationale Parken en aan de voet van de Kilimanjaro. Een mooie locatie die menig toerist kan waarderen. Het barst er dan ook van. Niet helemaal ons ding. Zeker niet als we worden belaagd door de Afrikaanse verkopers. Je kan geen stap zetten zonder dat iemand je iets aanbiedt en vraagt om te kopen. Natuurlijk kennen we die opdringerigheid al, maar hier is het wel heel erg. We schudden de ‘flycatchers’ van ons af en rijden naar een stadje verderop, Moshi. Hier slapen we in een leuk hostel dat wordt gerund door iemand die ooit als eerste de Kilimanjaro op is gefietst. Wat een prestatie. Het hele hostel heeft een fietstintje en ook wij zijn hiernaartoe gekomen om een fietstocht te maken. We kunnen kiezen uit verschillende opties: fietsen naar het stadje, een hotspring of een waterval. Om de juiste keuze te maken vraagt onze tourguide of we een beetje kunnen fietsen. Lachend vertellen we hem dat we uit Nederland komen, dus tuurlijk kunnen wij fietsen. Dan moeten we naar de waterval, volgens hem. De route kan wat stijl zijn, maar onze Hollandse benen moeten dat prima redden. Denken wij. Maar niets is minder waar. Na anderhalf uur recht omhoog fietsen zijn we pas op de helft en vallen we letterlijk van onze fiets af. We kunnen niet meer. We voelen ons een stelletje sukkels, zeker naast onze guide die nog geen zweetdruppel op z’n voorhoofd heeft. En nu? Nu huren we gewoon drie motors die ons het laatste stuk naar boven rijden. Met de mountainbikes op onze benen leggen we de laatste kilometers per motor af. Boven aangekomen hiken we nog een uurtje heen en terug naar de waterval. Ja. Die is mooi. En nu een beetje extra mooi. De afdaling? Die gaat razendsnel. Voor we het weten zijn we terug bij het hostel. Helemaal kapot, maar het was fantastisch!

Afrika door andere ogen.

De volgende dag rijden we weer terug naar Arusha. We kunnen bijna onze ouders oppikken van het vliegveld en doen nog wat laatste voorbereidingen. Zo willen we ze in stijl ontvangen. Voor iedereen scoren we een Afrikaanse outfit. Alles om maar in de Afrikaanse stemming te komen. Maar dat kost geen moeite. Alleen de weg vanaf het vliegveld naar het hotel is al voldoende om onze ouders enthousiast te krijgen over dit continent. Alles wordt benoemd. De winkeltjes langs de weg, het vee wat zomaar oversteekt, de gewassen die op het land staan, de geur van vuur, de vrouwen in felgekleurde jurken en de mannen op hun motor onder een boom. Wij zien deze dingen ook wel, maar zijn er toch al een beetje aan gewend geraakt. Extra leuk om nu via andere ogen weer naar Afrika te kijken.

De eerste dag doen we relaxt. We hebben een prachtig hotel geboekt met een mooi zwembad en een grote tuin. Daar vermaken we ons al prima. We krijgen heerlijk te eten en kletsen natuurlijk uren bij. ’s Middags stapt Jet, samen met haar schoonvader, op een paard voor een tour door het dorp. Wie kan dat nou zeggen, dat je met je schoonpa gaat paardrijden. De staff van het hotel vindt het ook leuk. Of ze lachen vooral om het feit dat Jan geen enkele cap past en daarom maar zonder hoofddeksel aan de tocht begint. Hoe dan ook, de tour is leuk en we zien honderdduizend mooie dingen.  

Net als tijdens de safari’s die op de planning staan. We gaan zes dagen op pad met onze guide, Nickson. Naar Tarangire, het park met de meeste olifanten van Tanzania, Lake Manyara waar de flamingo’s en pelikanen leven, de Serengeti waar we de migratie van de wildebeesten zien en de onwaarschijnlijk mooie Ngorongoro krater waar we de hele big five spotten. Met name de migratie in de Serengeti maakt indruk. Overal waar we kijken zien we de wildebeesten lopen. Honderdduizenden of zelfs miljoenen. Het is niet voor te stellen. Op het moment dat we hier zijn, worden de baby’s van de wildebeesten geboren. Afhankelijk van het moment dat het gaat regenen. Zodra de eerste regendruppels vallen, kunnen de vrouwtjes zelf de geboorte starten. Hoe bijzonder is dat. Zeker als je je beseft dat de miljoenen dieren die je ziet in korte tijd verdubbelen.

Luipaard. Check.

Ook het pasgeboren olifantje in Tarangire is bijzonder en het spotten van de big five in Ngorongoro. Met name het luipaard is een dingetje. Dit dier zie je niet zomaar. Na al die parken die we tijdens deze en eerdere reizen bezocht hebben, hebben we het luipaard nog nooit gespot. Ze zijn met name ’s nachts actief en ze verstoppen zich graag voor mensen, wat uitermate goed lukt met hun schutkleuren. Maar op de weg naar de krater steekt er ineens een voor de auto over. Vliegensvlug. Drie volle seconden hebben we hem in beeld. Net te kort om ‘m echt goed te zien, maar toch. Hij kan op het lijstje. Luipaard. Check.

Zes dagen op safari zijn is best vermoeiend. De wekker gaat iedere ochtend om 5:45 uur, omdat je in de ochtend het beste het wildlife kunt spotten. Vervolgens hobbelen we uren in de warmte door de wildparken, gefocust op het zien van dieren. Maar toch kunnen we er geen genoeg van krijgen. Het blijft fascinerend om te zien hoe sommige beesten zich gedragen. Bewegingen, geluid. ‘s Avonds bespreken we al de mooie dingen die we gezien hebben bij een kampvuurtje onder een heldere sterrenhemel. We horen de hyena’s en impala’s om ons heen lopen. Afrika laat zich van haar mooiste kant zien.

Als onze laatste safari erop zit, rijden we terug naar Arusha. We slapen een ochtend goed uit en bezoeken in de omgeving nog een school, koffieplantage en grote bloemzaden producent. Leuk om te weten: de zaadjes van de ‘Afrikaantjes’ die jij bij het tuincentrum koopt, zijn gekweekt door Massai boeren. Aan de voet van de Kilimanjaro. Dat is toch leuk?  

De tijd vliegt en voor we het weten zetten we onze ouders alweer op het vliegtuig naar Nederland. Het was supertof om ze voor een poosje mee te hebben op onze reis en hen te laten zien waarom we zo van Afrika houden. We denken dat dat wel is overgekomen.

Mede door hun komst zijn we wat langer in oostelijk Afrika blijven hangen. Hebben we de loep gemaakt van Kenia, Oeganda, Rwanda en weer terug. Nu kunnen we ons weer focussen op het zuiden. Het is even omschakelen, maar wat hebben we veel zin om zuidelijk Afrika te ontdekken. Op naar Kaapstad!

Story tags: