Namibië: zand, zee en wind!

Read story
Jet Heijstek
read story

Grensovergangen. In het noorden van Afrika waren we er zo een dag zoet mee. Visums afstempelen, de auto uit- en inklaren, een check van customs om te zien of we niets meesmokkelen en vaak ook nog een health check om te controleren of we geen ebola of tuberculose hebben. En dat allemaal in het Afrikaanse tempo, met de Afrikaanse efficiëntie en het Afrikaanse machtsvertoon.

Vanaf Kenia ging het gelukkig al een stuk sneller en kwamen we gemakkelijker de grenzen over. Nu staan we bij de grens van Botswana naar Namibië. Omdat je voor deze landen geen visums meer nodig hebt zou alles een stuk sneller moeten gaan. En inderdaad. Botswana zijn we zo uit. Maar aan de Namibische zijde hebben ze die dag niet zoveel zin om te helpen. Het verloopt allemaal zó typisch. Bij het migratie loket ziet de douanebeambte ons wel staan, maar het is even belangrijker om zijn koffie op te drinken dan ons te helpen. Van achter zijn koffiemok kijkt hij ons aan. Als het op is loopt hij langzaam naar het loket toe. Hij wijst naar een stapel formuliertjes dat ergens achterin een hoek ligt. Of we dat even in willen vullen. Dat had hij natuurlijk ook wel even eerder kunnen vertellen. Maar goed... Bij de formuliertjes aangekomen zien we geen pennen liggen. Nee, die moeten we zelf meenemen. Uit de auto wordt een potlood gevist en als de formulieren keurig zijn ingevuld, kunnen we terug naar het loket. Nu kunnen we wel een stempel krijgen, toch? Zeker niet. Het formulier moet met pen ingevuld worden. En daar kan niet over gediscussieerd worden. Dus, terug naar de auto voor een pen en nieuwe formulieren invullen. Zonder een blik op het formulier te werpen krijgen we uiteindelijk onze stempel. Volgende loket.

Hier moeten we road tax betalen. 295. En als je je afvraagt 295 wat? Nou, bijvoorbeeld Botswaanse Pula’s, Namibische Dollars, Zuid Afrikaanse Randen of Amerikaanse Dollars. En er wordt dan geen rekening gehouden met een koers. Dus je betaalt of 295 Botswaanse Pula, ook wel 25 euro, of 295 Amerikaanse Dollars, ook wel 260 euro. Gelukkig kan er ook gepint worden. Met MasterCard, Visa, AmericanExpress. Dat moet lukken. Maar niet vandaag. Want vandaag heeft de pinautomaat geen connectie. Er kan dus toch niet gepint worden. Vlak voor de grens proberen we altijd van ons contante geld af te komen en we hebben niet genoeg Pula’s meer. Wel een beetje nog. En we hebben nog wat Dollars. Dus geven we dat aan de ambtenaar. Bij elkaar opgeteld is het ruim 25 euro. Als hij dat nou zelf wisselt tegen Namibische dollars, dan is het opgelost. Toch? Maar daar is geen sprake van. Wij moeten dat geld zelf maar wisselen en als het niet lukt, dan gaan we toch lekker terug naar Botswana. Ho, ho, zeggen we tegen de ambtenaar. Het is niet onze schuld dat de pin het niet doet. Want we willen best betalen, maar dan moet hij wel een beetje meehelpen. We kunnen hier namelijk niet naar een ATM om geld uit de muur te halen. Wat wel kan, volgens de ambtenaar, is geld wisselen bij een mannetje die zich op het terrein van de grensovergang bevindt. Omdat er echt geen andere opties lijken te zijn lopen we mee naar buiten naar een grote omheining. We rammelen drie keer aan het hek voordat er iemand aan komt lopen. En ja hoor, hij kan geld wisselen. Maar wel voor drie keer meer dan de normale koers. Goed, je begrijpt dat wij het inmiddels ook wel een beetje hadden gehad. Met name omdat wij nu op moeten draaien voor het feit dat zij hun zaakjes niet op orde hebben. Het gesprek heeft al even niet zo’n gezellige toon meer. Wij hebben besloten dat we niet teveel gaan betalen en zij vinden het ons probleem en schoppen ons liever terug naar Botswana dan dat ze een beetje met ons meedenken. Net op het punt dat het allemaal een beetje grimmig wordt, komt er een grote auto aanrijden. Er stappen twee Zuid-Afrikaners uit die zat cash bij zich hebben. Met hen wisselen we ons geld en drie minuten later rijden we Namibië in. Hè hè.

We komen binnen via de Caprivistrook. Dit is een gek stukje Namibië. Het is een strip die aan het land geplakt lijkt te zijn. Het ligt tussen Botswana, Zambia en Angola ingeklemd, is 450 kilometer lang en maar 30 kilometer breed. De wegen zijn er saai. Je hoeft je stuur niet aan te raken. Je rijdt alleen maar rechtdoor. Maar, de wegen zijn goed en je kan tempo maken. Namibië stond al lang op onze lijstje om naar toe te reizen, maar de eerste kennismaking valt een klein beetje tegen. Daarom zetten we koers richting Etosha National Park. Van de safari’s kunnen we nog steeds geen genoeg krijgen en hier kunnen we een aantal bijzondere dieren spotten. Bijvoorbeeld witte olifanten. Nee, ze zijn niet echt wit, maar door het zand en de modder van de zoutpannen, zijn ze wit 'geschminkt'. Wat ook wit is zijn de koppen van de springbokken. Heel tof om te zien. En in Etosha barst het van de gemsbokken die we nog niet eerder hebben gezien. Die kunnen op het lijstje.

Na twee dagen Etosha, waar we ook verrast worden door een familie neushoorns bij een waterpoel, rijden we door het binnenland naar de kust. Bij een tussenstop in Outjo, stuitten we op een Duitse bakkerij. Namibië is een Duitse kolonie geweest en die invloed is nog steeds duidelijk te zien. Overal zie je bordjes met Engelse, Afrikaanse en Duitse aanwijzingen. De curryworsten en schnitzels staan op de menukaarten en bij de bakkerij in Outjo eten we warme apfelstrudel met vanille-ijs. Wat een feestje!

Wat ook een feestje is zijn de Spitzkoppe. Een grote rotsformatie midden in de woestijn. De top van de grootste spitskop is 700 meter hoog en doet aan de rots van de Leeuwenkoning denken. Het is een unieke omgeving. We kamperen aan de voet van de rotsen en klauteren van steen naar steen. ‘s Avonds klimmen we met een fles wijn een berg op en bekijken de zonsondergang. Tijd om onze reis eens te evalueren. De tofste, engste, mooiste, frustrerende en grappigste momenten. We zetten ze allemaal op een rijtje. Wat hebben we veel meegemaakt. En ons einddoel is in zicht. Nog maar enkele weken en we zijn in Kaapstad...

De volgende morgen rijden we richting de kust. We laten de hitte van de woestijn achter ons en rijden de koelte van de kust tegemoet. Het is bijzonder om hier te zijn. Al die tijd hebben we door het oosten van Afrika gereden, maar nu komen we uit aan de westkust. We zijn helemaal naar de andere kant gereden. En Chiel kan zijn geluk niet op. Eindelijk kan hij zijn kite weer oplaten voor een paar fijne kitesessies. Tussen de flamingo’s, pelikanen en zeeleeuwen. Want die zitten hier genoeg.

blijven een paar dagen in Walvis Bay hangen, waar we logeren bij de meest gastvrije Nederlanders die we ooit ontmoet hebben. We lopen ze letterlijk tegen het lijf en na een kort praatje pot nodigen ze ons uit om in hun appartement te verblijven. Hartstikke fijn. Weer even een ‘luxe leventje’ met een fijn bed, eigen badkamer en een keuken met een oven. Ja, dat is luxe want na maanden reizen is er niets lekkerder dan gerechten uit de oven. Aardappeltjes, vis, groenten. Zo kunnen we er weer tegen.

Na Walvis Bay rijden we via de zandduinen van Sossusvlei richting Luderitz. Daar kan Chiel weer even helemaal los op het water, want het waait hier al-tijd! Luderitz is bekend van de diamantenhandel. Die lagen hier ooit voor het oprapen. Met name in Kolmanskop, tien kilometer bij Ludertiz vandaan. In de jaren dertig glorieerde dit stadje door de diamantenhandel. Luxe huizen, een kegelbaan, turnhal, theater en casino. Alles was hier te vinden voor de mijnwerkers en handelaren. Tot de diamanten ‘opraakten’ en er ergens anders grotere diamanten werden gevonden. Het stadje werd verlaten en overgenomen door de woestijn. De gebouwen liggen vol zand en zullen ooit helemaal verdwijnen. Bizar om te zien. En we hebben goed gezocht, maar de diamanten zijn echt weg...

We buigen ons nog eens over onze route. Kaapstad is nog maar duizend kilometer weg. Als we willen zouden we er in een dag naartoe kunnen rijden. De verleiding is groot, maar voor we naar ons einddoel rijden willen we nog een wildpark in. Het Kgalagadi park dat op de grens van Zuid-Afrika en Botswana ligt. Het is net over de grens met Namibië. Daar gaan we naartoe. En onze laatste week reizen, is van start!

Story tags: