Kenia, wat ben je mooi!

Read story
Jet Heijstek
read story

En dan zijn we in Kenia! Inmiddels hebben we in Afrika ruim achtduizend kilometer afgelegd. Dat is ongeveer hetzelfde als we in Europa hebben gereden. Kaapstad ligt nog ver weg, maar voor ons gevoel zijn we er al bijna.

We verblijven een dag of tien in Kenia. Weer een totaal ander land met mooie wegen, wisselende landschappen en aanzienlijk meer rijkdom dan we in de eerdere Afrikaanse landen hebben gezien. Onderweg rijden we langs verschillende Nationale Parken en spotten we zowaar een groep zebra’s langs de weg. (Nee, we zullen geen grappen maken over zebrapaden.) Naast een paar apen (baboons) zijn de zebra’s het eerste wildlife dat we in Afrika zien. Vinden we leuk.

De campings zijn fantastisch!

Na de drukte van Ethiopië, waar het bijna onmogelijk was om te kamperen, zetten we in Kenia ook weer vrolijk ons tentje op. Dat hebben we gemist. En de campings hier zijn fantastisch! Stuk voor stuk. Met mooie tuinen vol kleurrijke bloemen, vogels en apen. Wat een fijn land.

Wat ook fijn is, is de Nakumatt. Een supermarkt vol westerse producten. Kaas, wijn, vlees… We gooien een hele winkelmand vol en rekenen negentig dollar af bij de kassa. Iets meer dan een gemiddelde supermarktbon, maar daar kunnen we een paar dagen goed van eten. Dat doen we dan ook. Op onze eerste camping, waar de Colobus apen door de bomen slingeren, steken we de barbecue aan en eten onze buikjes vol. En we plannen weer een reisje voor onze ouders. Die komen voor een spontaan tripje onze kant weer op. Oeganda, wordt het. Rond Sinterklaas. We draaien dus weer een leuk programma in elkaar en slaan aan het dichten. Want ja, dan kunnen we ook gewoon Sinterklaas vieren!

Een paar dagen later slapen we aan de voet van Mount Kenya. Ook weer op een supermooie plek, bij een oud Engels landhuis, midden in de jungle. ’s Avonds mag je niet maar zo over de camping lopen, want het wildlife loopt hier gewoon rond. Een dag voor we aankomen liep er bijvoorbeeld nog een hyena. Stel je voor dat je die tegenkomt bij een nachtelijk toiletbezoekje… Ook zijn er olifanten die je te paard kan spotten. Dat laat Jet zich geen twee keer zeggen. Twee uur lang rijden we dwars door het oerwoud, maar het enige wat ik ‘spot’ is een olifantendrol. Tja. En terwijl Jet op een paard hobbelt, gaat Chiel de keuken in met een lokale kok. Deze chef is meegenomen op een expeditie van Duitse vogelaars. Terwijl zij vogels spotten, maakt hij het eten klaar. Het is wel voor het eerst dat deze chef mee is op zo’n reis. En hij kan wel een potje koken, maar heel veel ervaring heeft hij nog niet. Hij is wel enthousiast als Chiel hem vraagt of hij mag helpen met koken. Maar uiteindelijk is het meer andersom. Samen bereiden ze vlees op de barbecue en pompoensoep, inclusief gebakken uitjes. Alles wat ze doen wordt in een receptenboek opgeschreven. Het eten smaakt goed en het is heel gezellig in de keuken. Weken later krijgt Chiel nog berichtjes van hem over zijn vorderingen als kok. En of hij nog tips heeft…

In Nairobi is het tijd voor autocheck. Hier zit een garage die gespecialiseerd is in Land Rovers en die wordt aangeraden door andere overlanders. Onderweg hebben we eigenlijk geen problemen gehad. Alles kraakt en piept iets meer dan in Europa, maar de wegen zijn dan ook wel flink verslechterd. Naast het vervangen van een paar bushings in Soedan, loopt Toto nog steeds als een zonnetje. Ook tijdens de check komen er geen gekke dingen naar voren. Ja, de remschijven zijn zo goed als door en hier en daar moeten wat dingen vervangen worden. Maar dat is onderhoud, precies waarom we hier zijn. In Nederland hebben we flink in de auto geïnvesteerd om deze zo goed mogelijk in Zuid-Afrika te krijgen. En dat betaalt zich nu uit. Nee, we zijn er nog niet, maar we hebben wel een auto waar we op kunnen vertrouwen. Let’s continue.  

We worden gedagvaard...

Voordat we naar Oeganda gaan willen we nog een bezoek brengen aan een project van een bekende uit Nederland. Een weeshuis in Busia, bijna op de grens. We hebben aan het einde van de dag afgesproken met Phaustine, de oprichter van het huis. Rustig aan rijden we die kant op. De weg is prima, maar wel erg druk. Stel je een tweebaansweg voor in een heuvelachtige omgeving. Als je dan een vrachtwagen voor je hebt die een berg op moet, kun je geen snelheid maken. Zeker niet als je niet kan inhalen. Maar goed, we hebben de tijd, dus we rijden langzaam door. Tot we bij een politiecheck komen. We worden van de weg gehaald en wat blijkt: we hebben dertig kilometer te hard gereden. Een stuk terug stond er blijkbaar een snelheidscontrole waar we gesnapt zijn. Wij kunnen het niet geloven, maar de politie is erg zeker van hun zaak. En omdat we zo ‘zwaar’ in overtreding zijn worden we gedagvaard.

Goed, het is niet de eerste politiestop die we gehad hebben en zeker niet de eerste corrupte politiestop. Over het algemeen willen ze zo snel mogelijk geld zien en over het algemeen lukt het ons ook redelijk om hier onder uit te komen. Beetje kletsen, vragen hoe het gaat, en met de vrouw en kinderen etc. etc. Als ze vragen: “Do you have something for me” zeggen we vrolijk: “Yes, my friend. I can bless your day.” Tot nu toe zijn we er altijd met een waarschuwing vanaf gekomen. En daar gaan we nu ook weer voor. We hebben nog steeds geen bewijs van onze overtreding gezien. Dat is alleen beschikbaar op het bureau. Beetje gek, maar goed, we rijden wel achter een politieagent aan naar het politiebureau. Hij rijdt overigens al bellend en zonder gordel voor ons, maar laten we daar nu maar even niets van zeggen. We verwachten eigenlijk dat hij halverwege om geld gaat vragen, maar dit keer komen we echt bij een bureau uit. We lopen mee om het bewijs van onze overtreding te zien. Maar ach, de telefoon waarmee we ‘geflitst’ zijn kan geen ‘video’s’ sturen. De telefoon is kapot. Geen bewijs dus. Dan ook geen betaling. En telefoon en video’s? Het klinkt allemaal een beetje ongeloofwaardig. Maar de politieman waarmee we te maken hebben is strikt. We komen niet weg zonder een borg te betalen. En we moeten naar de rechtbank voor het betalen van onze boete. Ongeveer 10.000 KSH, oftewel 90 euro. We stellen voor om direct naar de rechtbank te gaan, maar het is zaterdag en maandag is de rechtbank pas weer open. Daarbij zijn wij van plan om maandag de grens met Oeganda over te gaan. We gaan echt niet terug voor een rechtszaak. Al helemaal niet omdat we ervan overtuigd zijn dat we niet te hard hebben gereden. We zetten als onze strategieën in. We halen locals erbij die nog nooit zo’n hoog geldbedrag voor ‘te hard rijden’ hoefden te betalen, we pappen aan met alle politiemensen die we maar tegen komen, rekken tijd door op het ‘bewijs’ te wachten. Niets helpt. Na een uur of drie moeten we ook echt door als we voor het donker in Busia willen zijn. Dus gaan we onderhandelen. Voor de helft van de officiële borg mogen we vertrekken. Ook is er ‘spontaan’ een advocaat langs gekomen die voor ons naar de rechtbank zal gaan om te horen of we echt in overtreding zijn of niet. Hij drukt ons op het hart dat als we weg zouden gaan, zonder iets te betalen, we bij de grens opgepakt kunnen worden en in een cel kunnen belanden. Wat een gedoe. Dit keer redden we het niet. We betalen de borg en rijden weg. Later horen we van deze advocaat dat de boete wegens gebrek aan bewijs niet betaald hoeft te worden. Tja, dat is Afrika.

Aan het einde van de dag komen we in Busia aan, waar we Phaustine ontmoeten. Hij neemt ons mee naar het weeshuis waar we net op tijd zijn om mee te helpen met het eten. Een paar weken terug is de keuken ingestort door heftig weer en er wordt nu in een geïmproviseerde keuken gekookt. Op vuur. Als we komen helpen krijgen we een theedoek die we voor onze mond en neus kunnen houden tegen de rook. Samen met de meiden van het weeshuis maken we geitenvlees, groente en ugali. Ugali is een soort maismeel wat mega voedzaam is. En droog. En goor. Als het eten klaar is roepen de oudste meiden: Van du! En dan stellen de jongens en de meiden zich op in een rijtje om eten te halen. Heel georganiseerd allemaal.

Kunnen jullie ook preken?

’s Avonds ontmoeten we de dominee en zijn vrienden die op zondag de dienst gaan leiden. We worden uitgenodigd en of we ook allebei iets in de dienst willen delen. Wat? Dat maakt niet uit. En hoe lang? Nou, allebei een half uur ofzo. O. Nou, een half uur zal het niet worden, maar we kunnen er wel even over nadenken. Waar de dominee zelf over gaat preken? Dat weet ‘ie ook nog niet. Inmiddels is het half elf. Wij hebben geen idee wat we van de kerkdienst moeten verwachten, maar we zijn wel benieuwd! De volgende dag begint de kerk om 10.00 uur. Nederlands als we zijn staan we om kwart voor 10 bij de kerk. Daar zit nog maar een handje vol mensen. Een uur later zit de kerk pas vol en komt de dominee zelf ook pas binnen wandelen. Afrikaanse tijden zeker. Wat ook opvalt in de kerk zijn de immens grote boxen. De kerk zelf biedt ruimte aan ongeveer honderd mensen, maar met het geluid dat ze maken kan het hele dorp meegenieten. Het gaat keihard! Iedereen danst, klapt en zingt mee. Wij ook. Allebei steken we nog een praatje af wat de dominee nog drie keer herhaalt. Heeft hij ook een preekie.

Na de dienst krijgen we een rondleiding over het terrein van het weeshuis. Er is een grote groentetuin, visvijver en een kippenschuur. Hiermee probeert Phaustine het weeshuis zelfvoorzienend te krijgen. ’s Middags organiseren de kinderen van het weeshuis nog een bokswedstrijd. Het gaat best hard, maar die jongens kunnen het wel. Vlak voor we weer vertrekken brengen we nog een bezoekje aan de markt waar we zelf chapati’s maken. Een soort pannenkoek. Muzungu Chapati’s. Pannekoeken van een blanke. Hartstikke lekker en de hit van deze markt. En dan is het tijd om te gaan. We bedanken Phaustine en de kinderen voor hun gastvrijheid en gaan nog even met z’n allen op de foto. De volgende dag gaan we naar Oeganda.

Story tags: