Egypte, de grote zandbak.

Read story
Jet Heijstek
read story

We zijn weer onderweg. Met onze eigen auto en het visum voor Soedan alvast op zak, gaat onze reis weer verder. Eindelijk! Nu kunnen we Egypte echt gaan ontdekken. In Alexandrië hebben we onze plannen en de route al grotendeels uitgestippeld. Wat we allemaal willen doen? Naar de woestijn, cultuur snuiven in Luxor en naar de Rode Zee om te duiken. Als we Caïro achter ons laten rijden we dan ook in sneltreinvaart richting de grote zandbak.

De woestijn, voor wie er ooit geweest is… Het heeft iets machtigs. Het is groot. Uitgestrekt, heet en droog. De weg die wij van Caïro naar Luxor nemen is verlaten. Af en toe vind je er een oase die de woestijn groen kleurt. Een bijzonder gezicht. Eén van de eerste oases waar we verblijven is Baharia Oasis. Op zoek naar een kampeerplaats maken we meteen kennis met iets typisch Egyptisch. De toeristenpolitie.

Het woord doet je vermoeden dat deze politiemannen geheel op toeristen zijn ingesteld, maar niets is minder waar. Officieel zijn deze mensen er om het toerisme te reguleren en beveiligen, maar eigenlijk is het een ondergeschoven kindje van de veel te grote Egyptische politiemacht. Als toeristenpolitie heb je geen topbaan. Toch maken ze veel indruk. Vaak staan ze met een groep van tien mannen in uniform en dikke AK-47’s om hun schouder. Ze houden je aan en controleren je paspoort. Na tien minuten staren vragen ze uiteindelijk waar je vandaan komt. Want Engels, waarom zou je dat als toeristenpolitie moeten begrijpen? Goede vraag toch? Wat ze altijd willen weten is waar je vandaan komt en waar je naar toe gaat. Ook al zo’n goede vraag. Bij voorkeur geven ze je dan een escort, wat inhoudt dat je continu een stelletje toeristenpolitie mee op sleeptouw hebt. In Baharia Oasis gebeurt dit dan ook direct. We kamperen geheel veilig op het terrein van een hotel; want: drie man toeristenpolitie om ons te beschermen. De security van het hotel zal wel niet voldoende zijn. De hoteleigenaar ziet het met lede ogen aan. De volgende dag gaan we een dessert-tour doen en hij raadt ons aan om dat vooral niet aan hen te vertellen. Want dan heb je die gasten continu in je kielzog. Als ze die nacht tot drie keer toe met een zaklamp in onze tent schijnen om te checken of we er nog wel zijn en de volgende ochtend semi-agressief vragen waar we heen gaan, lijkt het ons beter om vooral niet eerlijk te vertellen wat onze plannen zijn. Doei, toeristenpolitie. Voorlopig dan…

De dessert-tour is een succes! Samen met een bedoeïen rijden we kriskras door de woestijn. Een goede manier om het vermogen van Toto te checken. Rijden door het mulle zand is niet makkelijk, maar wel mega vet! ’s Avonds zetten we een kamp op en zien we de mooiste sterrenhemel die we ooit hebben gezien. Met als cadeautje de vallende sterren en een brandende meteoriet die langs komt scheren. Wauw!

Op onze weg verder, maken we weer kennis met de gastvrijheid van de Egyptische bevolking. We kamperen in de achtertuin van Nassar, een typische Egyptenaar. Hij lurkt de hele dag aan een waterpijp, laat zijn kinderen liters thee brengen en lacht heel hard om zijn eigen grappen. Maar hij is dus ook mega gastvrij. We mogen bij hem thuis eten en daar maken we kennis met één van zijn vier vrouwen en een stuk of tien kinderen. De tafel wordt rijkelijk gevuld met dadels, tomatensoep, omelet, kaas, groentes en pitabroden. We eten op de grond en drinken uiteraard weer donkere thee met een laag suiker. Na het eten leert hij ons allemaal hoe we een hoofddoek moeten knopen en krijgen we er ook allemaal één mee. Handig voor de gebieden waar we gesluierd moeten reizen. En alsof het allemaal nog niet genoeg is, gaan we ook nog feest vieren. Twee zonen en een schoondochter gaan mee om muziek te maken en te dansen. Trommels, fluiten en bedoeïenen liedjes. Het bleef nog lang onrustig…

Na al die kilometers door de woestijn zijn we toe aan iets anders. Cultuur. We zijn aangekomen in Luxor en nemen de tijd om kennis te maken met de historie van Egypte. En die is er. Naast een stadstour en bezoek aan de soeks, gaan we ook naar de Karnak tempels en de Vallei van de Koningen. Beide plekken barsten van de indrukwekkende verhalen. Farao’s, macht, (bij)geloof. Mozes heeft hier waarschijnlijk ook nog rondgelopen. Goed om te zien dat er zoveel moois is overgebleven dat we nu nog kunnen bewonderen. Want dat doen we.

Na Luxor rijden we door naar de kust en wachten we Mytte op. Samen met vriendin Marel komt zij een weekje vakantie vieren aan de Rode Zee met als hoofddoel: duiken! En dat kan. Menig resort aan de Rode Zee is daarvoor ingericht. Net als goedkoop (vr)eten en aan het zwembad hangen. We lachen ons een bult om de mensen die steevast twintig minuten voor het buffet een ‘plekje reserveren’ op het terras. Als de deuren van het restaurant opengaan rennen ze als hongerige leeuwen op de hardgekookte spaghetti en twintig soorten taart af. Met zo’n gekleurd polsbandje om doen we daar gewoon een paar dagen aan mee en lukt het ons ook nog om een keer met z’n vieren te duiken. Na een paar dagen aan de kust hebben we allemaal een paar extra lachrimpels, sproeten en Jet haar duikbrevet op zak.

Intussen loopt ons visum op zijn eind en moeten we door om op tijd de grens over te komen. Op naar Soedan.

Story tags: