De parel van Afrika, Oeganda.

Read story
Jet Heijstek
read story

Onderweg bepalen we vaak al de route voor het volgende land. Via Facebook, apps en andere overlanders achterhalen we de highlights en beste routes. In Ethiopië horen we al over een hele mooie plek in Oeganda. The Haven. Opgericht door een stel overlanders, bij de bron van de Nijl in Jinja. Het moet er fantastisch mooi zijn en over het eten wordt vol lof gesproken. Daarbij krijgen overlanders een fijne korting per overnachting, dus wij zijn benieuwd. Het is onze eerste stop in Oeganda en nee, er is niets teveel gezegd over deze plek. Voor het eerst sinds het begin van onze reis verblijven we vijf nachten op één locatie. Dat zegt wat. Hier ontmoeten we ook Luc en Colin weer, de Canadezen op de fiets. Samen bakken we pannenkoeken, luieren we in de hangmat, trekken we honderden baantjes in het zwembad en drinken we biertjes bij het kampvuur. Het lijkt wel vakantie. Ook gaan de mannen een dagje raften. Want dat moet je hier gedaan hebben. Bij het kiezen van de ‘gradatie’ haakt Jet af. Het gaat lomp worden…

En lomp wordt het zeker. We kunnen kiezen uit verschillende raft-gradaties. Ergens tussen gradatie één en vijf. Zes bestaat ook, maar dat is voor heel ervaren rafters en niet voor ons ‘pleziertochtje’. Maar we gaan dus voor vijf. Kom maar op! Bij de start blijkt dat er drie deelnemers zijn zonder enige zwemervaring. Wij trekken onze wenkbrauwen op, maar volgens de organisatie is het geen probleem. Zwemvest om, gaat vast goed. We hebben het geweten…

De eerste kilometers zijn rustig. We leerden allerlei commando’s zoals fast forward, hard backward, left, right, etcetera. We springen uit de boot, laten ‘m kantelen en klimmen er weer in. In Frankrijk was dit allemaal een formaliteit geweest, maar hier zijn we blij dat het nog even wordt verteld. De mensen zonder zwemervaring begonnen hem echter al te knijpen. We naderen onze eerste waterval. Een verticale val van vier meter. Vlak voor we naar beneden gaan, raken we een steen. We gaan er dus achterwaarts vanaf. Vet! De toon is gezet. We zijn ‘thrilled’ en klaar voor de rest van de tocht. Maar de andere deelnemers in de boot blijven angstvallig stil.

Alle vezels in je lichaam zeggen: zwem naar boven!

Onze volgende val is er een van de vierde gradatie. Voor we het doorhebben worden we gepakt door een golf en gaan we over de kop. Alle vezels in je lichaam zeggen: zwem naar boven! Maar we hebben geleerd om ons klein te maken en te wachten tot we weer aan de oppervlakte komen. Als ik net boven ben en naar adem hap, word ik net zo hard weer onderwater geduwd. Het is een deelnemer die niet kan zwemmen en zich in paniek aan mij vastklampt. Hartstikke leuk hoor, raften als je niet kan zwemmen, maar daar hoeven wij niet de pineut van te worden. Daarom kiezen Luc, Colin en ik ervoor om over te stappen in een driepersoons kano. Met een gids. Niet ideaal, maar het gaat. Op naar de volgende waterval.

Nu wordt het echt leuk. Bij iedere waterval gaan we zo lomp mogelijk naar beneden. En vlak voor het einde van de route, wacht er nog een grote waterval. Onze gids waarschuwt ons om zoveel mogelijk rechts te blijven. Daar is een val in gradatie vijf, maar als we teveel naar links gaan komen we in een zesde gradatie terecht. En dat zijn twee heftige achter elkaar. Het wordt peddelen. Zo hard we kunnen. En net als we denken dat we het gehaald hebben, worden we genadeloos terug gezogen naar de zesde gradatie. Daar gaan we. Kopje onder. En het duurt lang voor we weer boven komen. Heel lang. Het voelt alsof je drie keer achter elkaar een achtbaan neemt. Als we onze longen leeg gehoest hebben, kijken we elkaar aan. Dit was top!

De parel van Afrika!

Na the Haven rijden we richting Kampala. Op een zaterdagmiddag. En dat is niet de beste timing. De wegen zijn vol met taxibusjes en boda-boda’s. Alles rijdt kriskras door elkaar heen. We vinden het niet gek dat de Eerste Hulp zijn handen vol heeft aan slachtoffers van boda-boda ongelukken. De motortjes rijden als gekken door het verkeer. Maar we hebben een afspraak in Kampala, dus slaan we ons door de drukte heen. We gaan namelijk logeren bij een Nederlands echtpaar, Ilonka en Kees. Zij wonen al lange tijd in Afrika en sinds elf jaar in Oeganda. Beide zijn ze werkzaam bij MAF, Mission Aviation Fellowship. Een NGO die vrijwilligers van andere NGO’s rondvliegt naar afgelegen gebieden om hulp te verlenen. Ilonka werkt op de HR-afdeling en Kees is verantwoordelijk voor het onderhoud van de vliegtuigen. Voor een paar dagen wonen we bij Kees en Ilonka in en leren we het werk van MAF kennen. In de kantoren, op de hangaar en door een rondje met een piloot mee te vliegen. Zo maken we kennis met Oeganda van bovenaf. De parel van Afrika.

Na Kajjansi rijden we door naar Entebbe waar we ’s avonds laat onze ouders van het vliegveld oppikken. Zij zijn voor een weekje over. En die week hebben we helemaal volgepland. De volgende ochtend vertrekken we al vroeg richting het noorden van Oeganda voor een safari in Murchison National Park. Onderweg stoppen we bij een Rhino Sanctuary. De enigste plek in Oeganda waar je neushoorns kunt spotten. En niet zomaar spotten. Je kunt ernaartoe lopen. Vanaf tien meter bekijken we deze machtige beesten. De neushoorns zijn favoriet bij stropers omdat het ivoor van de hoorns super kostbaar is. Denk aan 65.000 dollar per kilo. Om die reden worden de dieren op deze plek 24/7 bewaakt door twee personen per dier. In de jaren ’70 zijn de laatste ‘echte’ Oegandese neushoorns doodgeschoten, maar met een aantal import neushoorns wordt er aan een nieuwe populatie gewerkt. In totaal spotten we negen neushoorns, waarvan drie baby’s. Een goed begin van onze safari’s.

Na de lunch rijden we door naar Murchison. Het is een flinke tocht en als we aankomen bij de Nijl, ligt de pont die ons moet ophalen nog aan de andere kant van de rivier. Wachtend op de pont zien we al van alles aan wildlife langskomen. Zo liggen er een aantal nijlpaarden op een paar meter afstand in het water en staat er verderop een grote olifant te drinken.

Als we na een halfuurtje wachten worden opgepikt door de pont en aan de andere kant van het water ons hotel vinden, is het tijd om sinterklaas te vieren. Inclusief gedichten, pepernoten en heel veel cadeautjes. Eén van de cadeaus is een vogelboek met alle vogels van oost Afrika. Die gaan we de komende dagen nog nodig hebben. Tijdens onze safari’s spotten we honderden giraffen, nijlpaarden en impala’s. We moeten iets meer ons best doen om olifanten en leeuwen te zien, maar ook die kunnen we op ons lijstje zetten. Het leuke van een safari is dat je echt moet zoeken naar het wildlife. Het is niet vanzelfsprekend dat je een leeuw of een luipaard spot. En hoewel het spotten van die leeuw heel vet was, werd Henk het meest enthousiast bij het zien van een… fluiteend. Dus. Maar we kunnen nog veel meer vogelsoorten opschrijven in het nieuwe boek. Reigers, kraanvogels en zelfs een Shoebill. Het boek dat we gegeven hebben blijkt een bekende te zijn onder de guides in de wildparken. Onze guide kent het uit z’n hoofd. Bij het zien van een vogel noemt hij niet alleen de naam, maar ook het paginanummer waar wij vervolgens weer een vogel kunnen aftekenen. En om even een beeld te geven, dat boek heeft 640 pagina’s en meer dan 1300 vogelsoorten. Wij vinden dat dus een hele prestatie. Na een laatste bootsafari richting de watervallen van Murchison, waar we nog meer olifanten, nijlpaarden en krokodillen spotten, rijden we weer terug naar Entebbe.

In Entebbe is het tijd om te relaxen. We wandelen het stadje door, gaan lekker eten en bezoeken de marktjes. Op zondag gaan we naar een Oegandese happy-clappy kerk en dan is het alweer tijd om afscheid te nemen. Als onze ouders weer in het vliegtuig zitten, stappen wij de auto ook weer in. We rijden naar het zuiden van Oeganda, richting de grens van Rwanda. Vlak voor de grens hebben we nog een paar dagen aan Lake Bunyonyi met Collin en boeken we een fantastisch hotelletje in Rwanda. Het is inmiddels bijna 14 december, onze trouwdag. Dat moet gevierd worden!

Story tags: