Crazy Ethiopia!

Read story
Jet Heijstek
read story

Het is bizar om te zien hoe een grens echt een grens is. Voor diegene die nog denken dat in Afrika alle landen zo’n beetje hetzelfde zijn: Fout! En de grens tussen Soedan en Ethiopië is misschien wel de meest typerende. Het is een verschil van dag en nacht. Op Ethiopië zijn we door andere ‘overlanders’ al enigszins voorbereid. Het is er vol. Kuddes dieren gebruiken de autowegen als hun wegen, er zijn veel ongelukken en de mensen kunnen weleens brutaal zijn. En inderdaad. Precies op de grens van Soedan naar Ethiopië stromen de wegen ineens vol met mensen, dieren en vrachtverkeer. In de eerste kilometer die we hier afleggen zien we een grote tankwagen overdwars op de weg liggen. Het ongeluk is pas net gebeurt. Er staat veel politie om de andere voertuigen om te leiden én om de bewoners op afstand te houden die al met een jerrycannetje klaarstaan voor de inhoud van de tankwagen. Welkom in Ethiopië.

Wat Ethiopië ook zo anders maakt is de omgeving. Door dit land binnen te rijden laten we de woestijn van Egypte en Soedan eindelijk achter ons en gaan we de bergen weer in. Er is veel landbouw. Hectares worden nog handmatig omgeploegd met de hulp van een os. Daardoor is het wel heel kleurrijk. En met die bergen noemen we het al snel het Zwitserland van Afrika.

Bekogeld met stenen voor de grap.

Onze eerste stop is in Gonder. Een mooi stadje op ruim tweeduizend meter hoogte. Er zijn veel historische gebouwen en het staat op de werelderfgoed lijst. Hier ontmoeten we ook onze Canadese vrienden, Luc en Colin. Deze jongens gaan met de fiets van Caïro naar Kaapstad. Dat hebben we nog niet eerder gehoord, maar tijdens een biertje vertellen ze alles over hun reis. En hun eerste Ethiopische ervaringen. Vanaf de grens zijn wij in een paar uur naar Gonder gereden, maar zij hebben daar een dag of drie over gefietst. Een pittige klus, door de bergen. Maar wat het meest pittig was is dat ze tijdens hun tocht bekogeld werden met stenen. Door kinderen. Het ging maar net goed. Toch hebben ze hun twijfels over het vervolg van hun fietstocht door Ethiopië. Via via hoorden ze van een andere fietser die zelfs met een rietsuikerstok een gebroken arm was geslagen. En waarom? Als grap. De meest wilde verhalen komen boven. Ethiopiërs, en met name de kinderen, hebben een reputatie. Iedere overlander is weleens bekogeld of geslagen. Nutteloos. En niet leuk. Wat staat ons nog te wachten?

Na een paar maaltijden en goede nachtrust besluiten Luc en Colin toch weer op de fiets te stappen. En wij gaan ook verder, in onze veilige, hoge auto. Wij vertrekken richting de Simien Mountains. Vanaf het begin van onze reis staat deze bestemming al op de planning. Het is een unieke bergketen van ruim vierduizend meter hoogte en hier woont een grote groep wilde Gelada apen. Bijzonder om te zien. Via een kantoortje boeken we verplicht een gids en een bewaker. Zonder kom je het park niet in. Maar tijdens het boeken van de tour worden we even ongenadig opgelicht. De gids met wie we de plannen voor de tour hebben gemaakt, zegt kort na het betalen van alle fee’s bij verschillende bureautjes, dat hij toch met een ander groepje meegaat. Alle andere gidsen die nog beschikbaar zijn, vragen ‘ineens’ drie keer zoveel. ARRRRGGGHHH… Na flink onderhandelen en een berg frustraties, kiezen we uiteindelijk voor een junior gids. Maar ook dat hadden we beter niet kunnen doen. Zijn Engels is onder de maat en op de eerste dag laat hij een fles water vallen waardoor onze veilig opgeborgen camera’s en laptop ineens kletsnat zijn. Met de bewaker kunnen we ook geen woord uitwisselen. Hij spreekt alleen maar Hamaars. Tja. Toch hebben we heel veel zin in onze driedaagse tour in de bergen. Onderweg zien we al fantastische dingen. Onze gids en bewaker, inclusief AK-47 – alles voor de veiligheid, hobbelen achterin de auto mee. Ons eerste kamp is op 3.200 meter hoogte. Wij zetten ons tentje op, de gids vertrekt naar zijn slaapplaats in een hut. En de bewaker? Die slaapt buiten. We voelen ons bezwaard, maar blijkbaar ‘hoort’ dat erbij. Her en der zien we dat andere bewakers zich ook in een deken rollen en gaan slapen. Maar op 3.200 meter hoogte is het koud. Heel koud! Zelfs in onze tent met meerdere dekens slapen we slecht door de kou. Stel je eens voor dat je dan buiten zit…

De Simien Mountains zijn meer dan we konden verwachten. Vette uitzichten, watervallen, de gelada apen en veel verschillende roofvogels. De nachten blijven koud. We slapen zelfs in onze auto om maar warm te blijven. Op dag drie hiken we naar de top van de tweede hoogste berg van Simien Mountains, Mount Bwahit op 4.430 meter. Het is prachtig en letterlijk een hoogtepunt van onze reis.

Rozen, rozen, rozen.

Lalibela, de rotskerken in het Noorden, en Addis Abeba, de hoofdstad, zijn ook hoogtepunten van onze reis. Maar de rozenkwekerij, ergens in het zuiden, maakt een onuitwisbare indruk. Via via komen we hier terecht. Het is een rozenkwekerij waarvandaan dagelijks één miljoen rozen richting Aalsmeer worden gevlogen. Het heet Sher. De eigenaar van dit bedrijf is Nederlands, maar verder wordt deze kwekerij enkel door locals gerund. En dat zijn er nogal wat. 17.000 werknemers. En dagelijks komen er daar zo’n honderd bij. De kwekerij is enorm. Achtendertig kassen van anderhalve kilometer diep. Overal waar je kijkt zie je rozen.

In drie dagen maken we kennis met het bedrijf, maar ook met de school, het ziekenhuis, de kerk en het stadion die erbij horen. Deze faciliteiten zijn er voor de werknemers. Een vrouw die in de kwekerij werkt, mag haar kinderen bijvoorbeeld naar de school van Sher brengen. En bij ziekte maakt ze kosteloos gebruik van het ziekenhuis. De mensen die niet bij het bedrijf op de loonlijst staan, maar wel in het dorp wonen, mogen voor de helft van het geld gebruik maken van het ziekenhuis en de school. En alsof dat allemaal nog niet genoeg is; bij een bruiloft worden de bloemen gratis door Sher verzorgd. Dit wordt ons allemaal verteld tijdens een verjaardag etentje van één van de werknemers, waar we spontaan voor zijn uitgenodigd. Want zo gaat dat hier. Sher is een grote familie en daar horen wij heel eventjes bij.

"You, You, You! Give me, give me!”

Super inspirerend, zo’n bedrijf als Sher. En wat ons met name aanspreekt dat zo’n gezond bedrijf haar winst investeert in de werknemers en de omgeving. Tijdens onze reis door Ethiopië valt ons op dat er ontzettend veel NGO’s in het land gevestigd zijn. Als je honderd kilometer rijdt, kom je zeker dertig bordjes tegen van hulporganisaties. En wat daar ook bij komt kijken is dat de mensen heel makkelijk hun hand op houden. “You, You, You! Give me, give me!”. Een kind van anderhalf jaar oud loopt ons achterna en vraagt om “chocolate”. Ongegeneerd wordt er om geld of iets anders gevraagd. Overal waar we komen. En waarom? Eén uitleg is dat Ethiopië een focusland is geweest voor wereldwijde hulp. In de jaren tachtig is hier een hongersnood geweest waardoor miljoenen mensen zijn omgekomen. Schokerend, natuurlijk. Daarna is er een grote stroom van hulp opgestart en die is maar minimaal weer afgebouwd. Er is dus een generatie die geleerd heeft om te vragen om geld. En waarschijnlijk hebben ze dat weleens gekregen ook. Maar ja, gezond is het niet. Hoe goed al die NGO’s het ook bedoelen en hoeveel hulp ze ook echt geboden hebben, een welvarend bedrijf dat begaan is met de omgeving heeft volgens ons een veel groter effect dan een hulporganisatie ooit kan bereiken.

Naast Sher bezoeken we nog een aantal andere bedrijven en leren we veel over zaken doen is het buitenland. In Afrika. In een ontwikkelingsland. We hebben ongelofelijk veel respect voor de ondernemers die hier, met het hart op de juiste plek, een bedrijf beginnen. Petje af!

Een roze randje.

Een laatste highlight van onze trip door Ethiopië is een beetje roze. Flamingo roze om precies te zijn. Als verassing voor Jet rijden we door the middle of nowhere naar een kratermeer. Van boven op een berg zien we het meer liggen. En dit meer is een hele bijzondere. Het heeft namelijk een roze rand. Van de flamingo’s. Als kers op de taart slapen we die nacht in ’10.000 flamingo’s lodge’ en kijken we uit over het meer. Het hutje waar we in slapen is mooi, maar wel een klein beetje vervallen. Het is rond gebouwd en het dak sluit niet helemaal goed aan op de muren van het hutje. Er zitten hier en daar wat kieren. ’s Avonds merken we al snel dat de beestjes in de buurt het ook veel gezelliger vinden om binnen te slapen in plaats van buiten. Salamanders, muggen en dikke spinnen. Ze komen allemaal even binnen kijken. Op een gegeven moment worden we zelfs aangevallen door iets ondefinieerbaars dat op het licht van de laptop afkomt. Tja, Afrika. Gelukkig hebben we een heel fijn bed met een grote klamboe. We slapen als roosjes. En als we de volgende ochtend wakker worden zijn alle beestjes ook weer naar buiten gekropen. Niks aan de hand. Of… Als we onze spullen pakken zien we dat de pet die op de stoel naast het bed stond een beetje is aangevreten. Door een muis! Gatver! Morgen slapen we wel weer gewoon in onze eigen tent…

Een paar dagen later rijden we Ethiopië weer uit, richting Kenia. Ethiopië is een bijzonder land. Het is er prachtig, nog vrij onontdekt en het heeft veel te bieden aan cultuur en natuur. Net als Egypte heeft het een rijke geschiedenis, ook op het gebied van religie. Om hier zelf met de auto te rijden was een hele ervaring. Zo gek hadden we de wegen nog niet gezien. Vaak zijn er speedbumps of potholes, maar nog veel erger zijn de dieren en de mensen waar je continu voor moet uitwijken. Regelmatig zie je een dood beest op de weg liggen. Met name honden, want als je die doodrijdt, hoef je niet te betalen. Voor de andere dieren wel. Een schaap is niet zo duur, maar een ezel wel. Vooral een Ezelin, want dan moet je ook voor het potentiële nageslacht betalen. Zo werkt dat. Ook rijden er overal tuk-tuks die vergeten in hun spiegels te kijken en maar zo van richting veranderen. Maar het meest gevaarlijk zijn misschien wel de mensen die stenen gooien of met een stok op je auto willen slaan. Een paar keer maken we het mee. Je schrikt gewoon. En het is zo onzinnig. Omdat Ethiopië zo’n groot land is brengen we heel wat uurtjes in de auto door. Ondanks alle gevaren is het rijden wel echt fantastisch. Er is zoveel te zien. Toch zijn we stiekem hartstikke blij als we in Kenia zijn en een grens weer echt een grens is. Want na de grens van Ethiopië met Kenia is het ineens rustig…

Story tags: